Uit het dagboek van Zr. Faustina (227)
Middenin de beproevingen wil ik proberen de liefdevolle hand van God te zien. Niets is zo voortdurend aanwezig als lijden. Het houdt de ziel altijd trouw gezelschap. O, Jezus, ik zal mij door niemand in het liefhebben van U laten overtreffen.
Uit het dagboek van Zr. Faustina (289)
Mijn gelukkigste ogenblikken zijn wanneer ik alleen ben met mijn Heer. Gedurende deze ogenblikken ervaar ik de grootheid van God en mijn eigen ellende. Op een keer ze Jezus tegen mij: 'Sta er niet verwonderd over dat je soms onrechtvaardig beschuldigd wordt. Ik dronk deze beker van onverdiend lijden als eerste uit liefde voor jou.”
Encycliek Spe Salvi, § 26 (vert.© Past. Chr. van Buijtenen, pr. , copyright Libreria Editrice Vaticana)
"Ik ben niet gekomen, om de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden"
Niet de wetenschap verlost
de mens. Verlost wordt de mens door de liefde. Dat geldt allereerst
op louter binnenwereldlijk vlak. Als iemand in zijn leven de grote
liefde ervaart, is dat een ogenblik van 'verlossing', dat aan zijn
leven een nieuwe zin geeft. Maar hij zal al gauw ook erkennen dat de
hem geschonken liefde alleen, het probleem van zijn leven niet
oplost. Ze blijft aangevochten. Ze kan door de dood vernietigd
worden. Hij heeft de onvoorwaardelijke liefde nodig. Hij heeft die
zekerheid nodig die hem doet zeggen dat "noch de dood noch het
leven, noch engelen noch boze geesten, noch wat is noch wat zijn
zal, en geen macht in den hoge of in de diepte, noch enig wezen in
het heelal ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in
Christus Jezus onze Heer" (Rom. 8, 38-39). Als deze
onvoorwaardelijke liefde er is met haar onvoorwaardelijke zekerheid,
dan, en pas dan alleen, is de mens 'verlost', wat hem verder
afzonderlijk ook nog mag overkomen
Dat wordt bedoeld als wij
zeggen: Jezus Christus heeft ons 'verlost'. Door Hem zijn wij zeker
van God geworden, van een God die niet een verre 'eerste oorzaak'
van de wereld is, want Zijn eniggeboren Zoon is mens geworden en van
Hem kan eenieder zeggen: "Ik leef (...) in het geloof in Gods
Zoon, die mij heeft liefgehad en zichzelf voor mij heeft
overgeleverd" (Gal. 2, 20).
Uit het dagboek van Zr. Faustina (223)
O, levende Hostie, mijn geheel enige kracht, fontien van liefde en barmhartigheid, omhels de hele wereld en versterk de zwakke zielen. O, geegend zij het ogenblik en het moment waarop Jezus ons Zijn allerbarmhartigste hart liet!
Uit het dagboek van Zr. Faustina (367)
Jezus tot Zr. Faustina
...Mijn hart loopt over van grote barmhartigheid voor de zielen en in het bijzonder vooar arme zondaren. Als zij slechts zouden kunnen begrijpen dat Ik de allerbeste Vader voor hen ben en dat het voor hen is dat het bloed en water uit Mijn hart vloeide als uit een bron die overloopt van barmhartigheid. Voor hen woon ik in het tabernakel als de Koning van barmhartigheid. Ik wens Mijn genaden aan de zielen te verlenen, maar ze willen ze niet aanvaarden. Kom jij tenminste zo vaak je kan naar Mij toe en neem die genaden aan die zij niet willen accepteren. Op die manier zul je Mijn hart troosten. O, hoe onverschillig zijn de zielen voor zoveel goedheid, voor zoveel bewijzen van liefde!...
Uw
genade, o Jahweh, wil ik eeuwig bezingen, Uw trouw verkonden van
geslacht tot geslacht!
Want Gij hebt gesproken: Mijn genade
duurt eeuwig, Mijn trouw staat als de
hemel onwankelbaar vast.
De hemelen loven uw wondermacht, Jahweh, En uw trouw in de
gemeenschap der
heiligen;
Want wie in de wolken kan zich
meten met Jahweh, Wie van Gods zonen is aan
Jahweh gelijk?
Gelukkig het volk, dat nog jubelen kan, En wandelen in het licht
van uw
aanschijn, o Jahweh;
Dat zich altijd verheugt in uw
Naam, En in uw gerechtigheid roemt.
Uit het dagboek van Zr. Faustina (616)
Toen ik op donderdag naar mijn cel ging, zag ik boven mij in een grote schittering de Heilige Hostie. Toen hoorde ik een stem die van boven de hostie scheen te komen:”In de hostie ligt je kracht. Zij zal je verdedigen.” Na deze woorden verdween het visioen, maar in mijn ziel kwamen een wonderlijke kracht en een wonderlijke verlichting wat betreft het feit dat onze liefde tot God uit het doen van Zijn wil bestaat.
Uit het dagboek van Zr. Faustina (146)
Gebed. Een ziel wapent zichzelf door middel van gebed voor alle soorten strijd. In wat voor toestand de ziel zich ook mag bevinden, ze behoort te bidden. Een ziel die mooi en zuiver is moet bidden of anders zal ze haar schoonheid verliezen. Een ziel die deze zuiverheid nastreeft, moet bidden of anders zal ze die nooit bereiken. Een ziel die pas bekeerd is, moet bidden of anders zal ze opnieuw vallen. Een zondige ziel die zich in de zonde gestort heeft, moet bidden opdat ze zich weer zou mogen oprichten. Er is geen ziel die niet moet bidden, want iedere afzonderlijke genade komt tot de ziel door gebed.
Uit Dives in Misericordia (Johannes Paulus II)
In naam van de gekruisigde en verrezen Christus, in de geest van zijn Messiaanse zending, die blijft voortduren in de geschiedenis van de mensheid, verhef ik mijn stem en bid ik dat in dit stadium van de geschiedenis weer die liefde geopenbaard wordt die in de Vader is, en dat ze door de bemiddeling van de Zoon en de heilige Geest weer duidelijk aanwezig blijkt in de moderne wereld en machtiger blijkt te zijn dan alle kwaad, machtiger dan de zonde en de dood. Hiervoor bid ik door de bemiddeling van haar die niet ophoudt de “barmhartigheid van geslacht tot geslacht” te verkondigen; ik bid ook door de tussenkomst van hen in wie de woorden van de bergrede eindelijk vervuld zijn: “Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.” (Mt. 5, 7)